Home | Nederlands | Board | Contact

Send a Friend

You can send this page to someone by filling in the details below. The addressee will receive an email from you with a hyperlink to this page.

Entries marked with an asterisk(*) are required
 *
 *

 *
 *

Captcha

 *

 

Send a Friend

Your message has been sent.

Thank you for your interest!

CMS Derks Star Busmann

Bandbreedte: goed of geen goed?

Source and date:
Newsflash Intellectueel Eigendom / Technologie, Media en Telecommunicatie, 2008, nr. 9, 24 September 2008
Author(s):
mr. S. Sanders

Al aan het begin van de twintigste eeuw bepaalde de Hoge Raad dat elektriciteit vatbaar was voor diefstal. Vorige week deed zich een ogenschijnlijk vergelijkbare zaak voor in Amsterdam. Echter dit keer werd er geen elektriciteit afgetapt, maar (internet) bandbreedte.

De casus is eenvoudig. Iemand ontdekt dat in een studentenflat een zeer snelle internetverbinding is aangelegd (100 Mb/s). Vervolgens biedt hij anderen gelegenheid om computers op deze verbinding aan te sluiten. Uiteraard zonder toestemming van de rechthebbenden. Na enige tijd ontdekt de huismeester van de studentenflat dit alles en wordt  er aangifte van diefstal (artikel 310 Wetboek van Strafrecht) gedaan.

Oordeel Rechtbank Amsterdam
De officier van justitie en de Rechtbank zijn van oordeel dat bandbreedte geen "goed" is in de zin van artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht. Voor zover relevant oordeelt de Rechtbank:

"... dat ook capaciteit van bandbreedte, de hoeveelheid data die tegelijkertijd via een bepaalde verbinding kan worden overgebracht, niet als een goed in de zin van artikel 310 Sr is te kwalificeren. Door ongeoorloofd gebruik te maken van bandbreedte verliest de rechthebbende immers hierover niet noodzakelijkerwijs de feitelijke macht (vlg. HR 3 december 1996, NJ 1997, 574).

Op verschillende internet discussie fora is deze uitspraak druk besproken. Met name omdat de door een internetprovider aan een abonnee beschikbaar gestelde bandbreedte afhankelijk is van de prijs die wordt betaald. Het ongeoorloofd gebruik maken van deze verbinding beperkt de capaciteit die resteert en daarmee dus de feitelijke macht van de abonnee over de betreffende verbinding. De overweging van de Rechtbank werd daarmee als onjuist ervaren.

De vraag is dan ook of de laatste zin (die lijkt te zijn ingegeven door een arrest van de Hoge Raad uit 1996) wel van belang is en of de Rechtbank het zichzelf niet onnodig moeilijk maakt.

Bandbreedte is geen goed
Van diefstal is immers volgens de wet sprake indien van het wegnemen van een goed kan worden gesproken. Wat onder een goed moet worden verstaan is niet altijd duidelijk, zeker als het om niet-tastbare zaken gaat. De Hoge Raad is in ieder geval van oordeel dat elektriciteit een goed in de zin van artikel 310 Sr.


... dat afgescheiden van de vraag, wat onder electrische energie moet worden verstaan, aan deze een zeker zelfstandig bestaan niet kan worden ontzegd; dat toch deze energie, al moge hare aanwezigheid slechts vastgesteld kunnen worden in verbinding met een lichamelijke zaak, door menschelijk toedoen op een andere zaak kan overgebracht worden en zelfs geaccumuleerd kan worden; dat zij voorts door toedoen van den mensch kan opgewekt worden en ter beschikking kan blijven van hem, die haar opwekte; dat zij voor deze een zekere waarde vertegenwoordigt, eenerzijds omdat hare verkrijging voor hem gepaard ging met kosten en moeite, anderzijds omdat hij in staat is haar, hetzij ten eigen bate te gebruiken, hetzij tegen vergoeding aan anderen over te dragen; dat dus, waar artikel 310 Sr. ten doel heeft het vermogen van een ander te beschermen en met dat doel het wegnemen van "eenig goed" onder de in dat artikel genoemde omstandigheden strafbaar stelt zonder op eenigerlei wijze nader aan te duiden wat onder "eenig goed" gerekend moet worden, op grond van bovengenoemde eigenschappen dit artikel ook op electrische energie van toepassing is;

Beschikbare bandbreedte wijkt in zoverre van elektriciteit af, dat het op zichzelf niet kan worden opgewekt, worden overgedragen of geaccumuleerd. Het is een technische eigenschap van een verbinding, waarvan gebruik mag worden gemaakt in combinatie met een toegangsrecht op de computer van de internetprovider. Bandbreedte lijkt daarmee niet onder het begrip goed te vallen en is daarmee ook niet vatbaar voor diefstal. Voorzover door het wederrechtelijk gebruik van bandbreedte de feitelijke macht van de abonnee over de betreffende verbinding ontnomen, lijkt dit meer op een beperking van een recht zoals bijvoorbeeld "woongenot" in het geval van huurrecht, dan diefstal.

De gewraakte zinsnede is ontleend aan een zaak uit 1996 waarin de Hoge Raad bepaalde dat computergegevens niet kunnen worden aangemerkt als enig goed omdat daarvan, aldus de Hoge Raad, slechts sprake kan zijn als degene die de feitelijke macht daarover heeft deze noodzakelijkerwijs verliest als een ander zich de macht erover verschaft. De feiten lagen in die zaak dus anders.

Dat het "aftappen" van bandbreedte geen diefstal is, betekent overigens niet dat het daarmee legaal is. Het strafrecht kent specifieke bepalingen die betrekking hebben op computer delicten, maar die waren in deze zaak niet aan de verdachte ten laste gelegd.

Al met al is deze zaak een aardige aanvulling op de bestaande reeks van jurisprudentie over diefstal van niet tastbare zaken.

Service
© CMS Derks Star Busmann 2007 | Com.Reg.30201194 | Sitemap | Disclaimer | Privacy statement